MENU

Bangkok
Phimai
Thailand

Reisverslagen
Diverse Thaise zaken

Andere reizen


ga 1 pagina terug

Thailand: 17 t/m 24 december 2008
Rondje Mekong

Woensdag 17 december arriveren we 's middags op de plek waar de Mekong vanuit Laos naar Thailand stroomt en vanaf daar de grens vormt met het buurland. We gaan een rit maken langs de Mekong. De plaats is moeilijk te vinden, maar met enig vragen in Na Chan vinden we het toch. Er staat een enorme Boeddha, die stroomopwaarts Laos inkijkt. Een monnik veegt bladeren van de weg en verder zijn wij de enigen op dit markante punt, waar een serene rust heerst en diep beneden de rivier stroomt.
Over een slechte weg komen we in Chiang Khan, een slaperig stadje met veel houten huizen. We eindigen de dag in Pak Chom het Rim Kong Resort. We zijn de enige gasten in dit resort aan de rivier. Omdat het al donker is zien we alleen de lichtjes aan de overkant in Laos.

Na een nacht vol geluiden van hanen, sprinkhanen, mensen en andere zaken word ik om 7 uur wakker. Als ik buiten kom is het mistig en kan ik de Mekong niet zien.
Ik ontbijt met rijstsoep, koffie en thee. En hoewel ik de enige klant ben wordt alles lachend klaargemaakt en geserveerd.
We vertrekken richting NongKhai en rijden een prachtige route. We stoppen bij de Nam Tok Than Thong, die wegens watergebrek niet erg spectaculair is. Toch is het leuk om even te kijken en rond te lopen.
Bij de Wat Hin Mak Peng pikken we een aantal monniken op, zodat de bak van de pickup meteen vol zit. De tempel hebben we zelf vorig jaar al bezocht, maar liftende monniken kun je natuurlijk niet laten staan.
In NongKhai leveren we ze allemaal keurig af: 2 op het treinstation; 2 bij een tempel en de laatste 3 bij het busstation, zodat wij ons rondje Nong Khai gehad en onze goede daad voor vandaag hebben gedaan. De plaats laten we voor wat het is, want we zijn hier in 2007 ook geweest.
De route na NongKhai is vrij saai. We zien weinig van de Mekong en de omgeving is boerenland. De weg is recht, dus we schieten wel goed op. In Phon Phisai maken we een stop om naar de plek te kijken waar eenmaal per jaar de nagaballen uit de rivier schieten. De plek wordt aangegeven met een beeld van een naga.
Hierna gaan we op zoek naar een plek om te overnachten. We zien veel 24-uur resorts, maar die zijn niet bedoeld voor toeristen. Wel voor de Thaise man, die hier 24 uur per dag terecht kan voor een leuke tijd met zijn maitresse.
Bij Ban Phaeng zien we langs de weg een spiksplinternieuw hotel: JBPlace. Na een docuhe rijden we de stad in. Deze is vrijwel uitgestorven, maar gelukkig vinden we nog wel een restaurantje om wat te eten.

De volgende ochtend vertrekken we naar Mae Nam Song Si: de rivier met twee kleuren. Hier stroomt de Mae Nam Songkhram in de Mekong en omdat deze rivier minder modder heeft dan de Mekong, zie je een verschil op de plaats waar het water uit de twee rivieren bij elkaar komt.
De volgende stop is bij de Wat Phratat Tha Uthon, een chedi in Laostijl.
Bij de Wat Phratat Woen Pla, een volgende stop, heeft men ontdekt, dat ongeveer 200 meter de rivier in een voetstap van Boeddha is te zien. Door het water zien wij natuurlijk helemaal niets, maar voor de Thai zal het wel een belangrijke plek zijn.
Onderweg krijgen we controle: we hebben te hard gereden...… Niet dat er een bewijs van is, maar volgens een willekeurig systeem worden mensen gestopt en moet er betaald worden. Motoren: 100 baht, auto’s 200 baht. Als buitenlander mag ik 300 baht bijdragen aan de nieuwjaarsfooien van de heren agenten.
In Nakhon Phanom lunchen we op de eerste verdieping boven een markt en hebben zo een mooi uitzicht over de Mekong, die hier heel breed is. We zien de voetveren naar Laos vertrekken en komen. Als we wat verder rijden zien we ook de veerboten, die vrachtwagens naar de overkant brengen. Een heel speciaal veer, waar maar één vrachtwagen op kan. Scheef liggend steken ze de rivier over, draaien halverwege om aan de andere kant weer te lossen en een vrachtwagen mee terug te nemen.
We maken een stop in Renu Nakhon. Volgens de gids is dit een weversdorp, maar van katoen- en zijdeweverij kunnen we weinig ontdekken.
Door dus naar That Phanom, waar een beroemde chedi in Laostijl staat en waar het borstbeen van Boeddha bewaard wordt. Het bijbehorende museum vertelt er uitgebreid over. Het is hier druk met pelgrims en men heeft er wel iets moois van gemaakt.
Ook ‘s avonds is de chedi prachtig verlicht en is het er nog druk.
De plaats zelf biedt verder weinig, maar we hebben er wel lekker gegeten op een boot op de rivier.

's Morgens om 7 uur eerst maar een flink stuk gelopen door That Phanom. Het is te laat voor een mooie zonsopgang boven de rivier, maar het is wel leuk om even door deze plaats te lopen. De finesstoestellen langs de rivier worden (nog) niet gebruikt. Als ik ze probeer begrijp ik ook waarom: er mankeert aan ieder toestel wel iets. Een merkwaardig bouwwerk in de stad is de “Ark van de overwinning”, een kopie van die in Vientiane (Laos). Hoe komt zo’n ding hier en waarom? Ik kan het in de meegebrachte gidsen helaas niet vinden.
We vertrekken naar Mukdahan en shoppen op de IndoChinese markt en zien de bedrijvigheid aan de rivieroever. Daarna gaan we naar de Ho Keaw Mukdahan, een toren met een Art and Cultural Center. Met de lift gaan we naar boven en hebben een prachtig uitzicht over de omgeving. Nog een verdieping hoger kun je bij een Boeddha weer tamboen doen.
We vervolgen onze weg naar Phoe Pha Teup in het Mukdahan National park waar bijzondere rotsformaties te zien zijn.
Dan rijden we naar Khemmarat, want daar moeten mooie stroomversnellingen in de Mekong zijn. Na verscheidene keren vragen over Pak Seng, blijken deze nog ver van Khemmarat te liggen. Als we de moed al opgegeven hebben, zien we plotseling een bord en vinden ze direct. In de regentijd zal het hier heviger toegaan. Nu is het allemaal rustig en is er van een stroomversnelling weinig te merken.
In de wijde omgeving is geen overnachtingsplek te ontdekken, dus rijden we verder naar Khong Jiam en komen in het luxe Tohsang Khongjiam Resort. Het ligt schitterend op de plek waar de Moon en de Khong bij elkaar komen. We nemen hier een kamer en hebben vanaf het balkon een prachtig uitzicht over de rivier.
's Avonds hier lekker gegeten op het buitenterras. In tegenstelling tot onze eerdere overnachtingen, is het hier druk met voornamelijk Thai.

's Morgens alweer vroeg op om te genieten van de mooie omgeving. We lopen een heel eind in de richting van de rivier en klauteren over de rotsen, die nu vrij liggen vanwege de lage waterstand.
Na het ontbijt vertrekken we naar Khong Jiam om ook hier weer een tweekleurenrivier te zien: het punt waar de Moon en de Mekong samenstromen.
Dan gaan we naar de Kuha Sawan tempel. Er staat een witte tempel, een grote Boeddha en nog wat gebouwtjes en beneden is de ‘grot’, waar het lichaam van een monnike ligt opgebaard. Wat precies de verdienste van de monnik was is me niet duidelijk, maar Thai weten dat blijkbaar wel, want het is hier druk met pelgrims.
Hierna, gaan we naar Pha Taem, een nationaal park, waar men rotsschildering heeft gevonden uit de prehistorische tijd. We lopen in de hitte een pad naar beneden en zien dan verschillende dieren, vazen, handen, etc. in het rood op de rotsen. De duizenden jaren oude tekeningen zien er goed uit.
Ook staan in dit park weer van die typische rotsformatie, die we gister in het Mukdahan National park ook hebben gezien. Sommige zien er uit als reuzepaddenstoelen.
Hier is ook het eindpunt van de Mekongreis, want de rivier gaat hier weer Laos in.
We stoppen nog even bij de Sirinthondam, een stuwdam waardoor een groot meer is ontstaan.
In Si Sa Ket nemen we onze intrek in het NorthEastern Hotel en in een heel klein eettentje eten we lekker voor 80 baht.

De volgende ochtend bezoeken we een park dat door de koningin moeder is aangelegd. Althans dat suggereert de naam: Suan Somdet Pra Sinakkarin. Er is ook een dierentuin bij waar we allebei voor 15 baht in mogen. De eerste kooien doen het ergste vrezen: in kleine kooien van 2,5 m. breed, 4 m. diep en 2,5 m. hoog zitten apen in een kale ruimte. Soms alleen, soms met twee. Het is een zeer triest gezicht en de apen kijken er ook zeer treurig bij. Het doet gewoon pijn als deze dieren je aankijken met een blik van “haal me hier uit!”. Merkwaardig genoeg is de rest van de dierentuin wel ruim opgezet: allerlei soorten en struisvogels hebben een zee van ruimte. Er is een overvloed aan pauwen; wel 20 mannetjes bij elkaar. Waarschijnlijk hebben ze net een gay party.
Achter in de tuin komt weer hetzelfde beeld: apen in veel te kleine hokken. Één gibbon heeft een hele grote kooi en kan daar naar hartenlust slingeren; hij is echter helemaal alleen en kijkt steeds naar buiten, alsof hij op zoek is naar een maatje.
De dierentuin is een voorbeeld hoe merkwaardig Thai met dieren omgaan: de meeste dieren hebben redelijk ruimte, alleen de apen hebben hier een vreselijk bestaan. Vaak alleen maar voor de lol in shows of gedrogeerd voor het maken van foto's en hier weer op een vreemde manier te kijk gezet.
We rijden via Tha Thum naar Ban Ta Klang, het olifantendorp, waar zo’n 64 olifanten ondergebracht zijn, die jaarlijks ingezet worden voor de Surin Elephant Round Up. Hier is zelfs een Elephant Study Center, maar ik kom er niet helemaal achter wat er precies bestudeerd wordt. De olifanten zijn allemaal aan kettingen vastgelegd en sommige zelfs met de voorpoten aan elkaar, dus veel bewegingsvrijheid hebben ze niet. Gelukkig staan de meeste in de schaduw en hebben ze voldoende te eten. In het museum wordt aangegeven dat ze weer teruggaan in de natuur, maar als ik zo om me heen kijk, geloof ik dat niet.
Op 2 kilometer van het dorp kijken we bij de Moonrivier naar een plek waar iedere dag om 15 uur de olifanten gebaad worden. Hier staan ook zo’n 10 olifanten, die dan de rivier in mogen. De olifanten uit het dorp komen hier niet. Dus hoe die hun bad krijgen wordt niet duidelijk.
Na deze impressie rijden we weer naar Phimai en komt err een einde aan het “rondje Mekong”.

REISVERSLAG 2008

Foto's van de route


Mist over de rivier.