MENU

Bangkok
Phimai
Thailand

Reisverslagen
Diverse Thaise zaken

Andere reizen


ga 1 pagina terug

THAILAND: 13 t/m 25 december 2004
deel 1: Phimai - Saraburi - Lopburi - Phitsanulok - Lampang - Chiangmai

De rondreis die wordt beschreven is gemaakt tijdens onze vakantie van 2004.

Om 9.00 uur vertrekken we en via Saraburi rijden we naar Wat Phra Putthapat, waar Boeddha een grote voetstap achtergelaten heeft. Zoals gebruikelijk in Thailand moet ik entree betalen en mag Somsong gratis naar binnen. Over de voetstap is een tempel gebouwd en rondom is een groot tempelcomplex. Bobenop de berg is zelfs nog een voetstap van Boeddha te vinden is. Hierna rijden we door naar Lopburi en zijn om 16.15 uur in het Rama Plaza Hotel.

De volgende morgen vertrekken we naar het aids-ziekenhuis in de buurt van Lopburi. Via vragen en zoeken zijn we in Wat Phra Baat Nam Pu. Het blijkt een groot complex te zijn van allemaal verschillende gebouwen, waaronder het Life Museum waarin lichamen van gestorven aids-slachtoffers zijn opgebaard. Ook kinderen liggen er en het geheel doet nogal luguber aan: het zijn tenslotte pas gestorven mensen en geen eeuwenoude mummies. Bij deze gemummificeerde lichamen hangen foto's om te laten zien hoe deze mensen er uit zagen toen ze nog in leven waren.

Omdat ik zelf in de jaren '80 in Nederland 5 jaar buddywerk heb gedaan voor aidspatiënten maakt dit bezoek zeer diepe indruk op me. De situatie nu In Thailand is niet te vergelijken met de situatie 20 jaar eerder in Nederland. Er moet nog heel wat inhaalwerk gedaan worden. Het belangrijkste doel van ons bezoek is om geld te doneren, dat in Nederland is ingezameld. Het verslag daarvan is te lezen op de aparte pagina.

Het bezoek duurt zo'n 3,5 uur en na het eten rijden we naar Phitsanulok. Om 17.00 uur nemen we onze intrek in het Siam Hotel, dat nu Petchpaylin Hotel heet en onderdeel is van het Paylin Hotel.

's Avonds lopen we langs de rivier naar de Night Bazar. Deze is volkomen gemoderniseerd en op een andere plaats dan toen ik er voor het laatst was (1994). De restaurants met flying morning glory zijn bijna allemaal verdwenen: er is er nog slechts ééntje over, die helemaal aan het einde van de bazar is. De oude, gezellige en rommelige sfeer is er helaas niet meer. Voor Somsong is dit de eerste keer, dus hij vindt het wel leuk. Hij bestelt dan ook de flying morning glory en we eten lekker aan de rivier.

De volgende ochtend gaan we naar de Wat Phra Si Ratana Mahatat, waar de wereldberoemde boeddha staat met de stralenkrans om zich heen. Het is één van de meest bezochte tempels in Thailand. Achter de tempel zijn ze met opgravingen bezig en blijkt dat er nog een heel stuk van een oude tempel onder de grond ligt. Tenminste dat denk ik, want nergens wordt duidelijk wat er nu precies wordt opgegraven. Even navragen dus bij het kantoor met “TOURIST INFORMATION”. Helaas is daar niemand die Engels spreekt of een andere voor mij begrijpelijke taal. Ik krijg de standaardfolder mee en moet het daar dus maar mee doen.

Bij een kraampje kopen we wat lekkers: 1 voor 40 baht, 2 voor 50 baht. Hoe kan dat? En die knappe farang krijgt ook nog gratis een stokje met verse snoepjes: in een blad gevouwen lekkernijen. Veel verdiend zal er dus wel niet worden, maar aardig is het wel.

We haan naar de Wat Ratburan, die vlakbij staat. Somsong bidt weer en probeert ook de truc met de olifant: je moet deze aan je pink omhoog tillen en weer neerzetten. Dan doe je een wens en doet hetzelfde nog een keer. Als het je lukt de olifant voor de 2e keer op te tillen, komt je wens niet uit. Krijg je de olifant de 2e keer echter niet meer omhoog, dan zal je wens in vervulling gaan. Ook ik probeer het en krijg de olifant de 2e keer niet omhoog, al probeer ik het met mijn hele hand…. Merkwaardig, maar in ieder geval zal mijn wens nu wel uitkomen.

Na het eten vertrekken we naar Lampang waar we onze intrek nemen in het Boon Ma Guesthouse. We krijgen een hele grote kamer in een traditioneel Thais huis.

In het Riverside restaurant aan de rivier is het razend druk, maar we hebben toch nog een leuk plaatsje aan de rivierkant. We eten er lekker en je ziet aan iedereen dat het hier behoorlijk koud kan zijn, omdat er veel jassen en truien worden gedragen. Ik heb het niet echt koud, al is het wel frisser dan ik gewoon ben in Thailand. Op de terugweg naar het guesthouse zien we zelfs mensen langs de straat die een vuurtje hebben gestookt tegen de kou.

Dat het koud was hebben we geweten: ik heb er 's nachts nog een paar dekens bij moeten pakken om het een beetje warm te krijgen!!

Om 9.30 uur zijn we bij het olifantencentrum op zo'n 25 km van Lampang. Nadat we de olifanten hebben zien baden, gaan we naar de show. Erg leuk en niet zo toeristisch als de gemiddelde olifantenshow in Thailand.
Na de show bekijken we het museum en het ziekenhuis, waar een blinde, een paar gewonde en een olifant zonder slurf staan.

Na een paar uur in dit olifantencentrum rijden we door naar Hang Dong, een dorp ten zuiden van Chiang Mai waar veel houtsnijwerk te zien is. Het begin van het dorp wordt overstroomd door toeristen, maar verderop is het een stuk rustiger. Helemaal aan het einde wordt er nog een heel groot stuk bijgebouwd met nog meer winkeltjes voor nog meer toeristen. Wij vinden niet wat we zoeken en rijden door naar Chiang Mai.

REISVERSLAG 2004