MENU

Bangkok
Phimai
Thailand

Reisverslagen
Diverse Thaise zaken

Andere reizen


ga 1 pagina terug

THAILAND/LAOS: 27 juli t/m 2 september 1994
deel 1: Bangkok - Nakhon Pathom - Kanchanaburi - Chiangmai

Groepsreis met Djoser

China Airlines brengt ons naar Bangkok en we nemen onze intrek in het New World House, dat aan de rand van de wijk Banglamphu ligt.
In een Chinees eethuisje ga ik lunchen met een lekkere noedelsoep.
Met de tuktuk vertrek ik naar het Vienmanmekpaleis, dat helemaal uit teakhout is opgetrokken. Koning Rama V (Chulalongkorn) gebruikte dit paleis en dat is terug te zien in de schitterende verzameling kunstvoorwerpen, die hij gekregen en/of gekocht heeft.
Vervolgens staat de Wat Benjamabophit op het programma, de marmeren tempel. Ik word opgevangen door een tuktukrijder, die me voor 20 Baht wil brengen en vervolgens terug naar het hotel. De Wat blijkt vlakbij te zijn, maar hij blijft op me wachten. De tempel is heel mooi, maar helaas gesloten, dus wandel ik er omheen en slenter wat door het hele complex.
Teruggekomen pikt de tuktukker me weer op en dan komt de aap uit de mouw: hij wil me naar een juwelierswinkel brengen om zilver te bekijken en dan krijgt hij gratis benzine. Ik ga erop in. Bij de winkel pas ik zo'n 10 minuten lang ringen, bekijk oorbellen, hangers en andere sieraden en vraag een kaartje met het adres, zodat ik nog eens terug kan komen als ik er over heb kunnen nadenken. Inmiddels heeft de tuktukker de benzinebon en brengt mij tevreden terug.

Onze tweede dag gaan we naar Nakhon Pathom en de drijvende markt in Damnun Saduak.
Deze markt is in vergelijking met 5 jaar geleden zeer toeristisch geworden. Weliswaar wordt er nog wel wat onderling verhandeld, maar de meeste bootjes hebben spullen voor de toeristen in de aanbieding.

De reis gaat verder naar Kanchanaburi voor de lunch, een bezoek aan de beroemde brug over de Kwairivier, de oorlogsbegraafplaats en het JEATH-museum, zaken die ik de vorige keer al gezien heb. Ik bezoek een naastliggende Chinese begraafplaats en een tempel.
Daarna gaan we met de trein zo'n 2 uur verder. Aan het eind gaan we met de bus naar het flotel. Via een omweg vanwege de hoge waterstand komen we bij een restaurant en gaan dan verder per longtailboat naar het flotel.

Om 6.30 uur uit de veren terwijl de regen met bakken naar beneden komt. Het blijft de hele dag verder regenen, dus geen wandeling naar grotten of waterval. Rummikubben, lezen en kletsen. Zo komen we dag door.
Het flotel heeft een piepklein drijvend theatertje waar we 's avonds naar Mon-dansen kijken. Vooral de kinderen zijn zeer innemend. De muziek was live, gespeeld door 6 jongens in een klein orkestbakje.

De volgende dag valt de regen nog steeds in enorme hoeveelheden. Het blijkt dat er zeker een meter water bij is gekomen. Evenals gister is men bezig de steiger, die het flotel verbindt met de oever, te repareren. Dit wordt door de hoge waterstand echter steeds moeilijker.
Omdat we niet op de normale manier weg kunnen vertrekken we weer met een longtailboat en komen na een kwartier bij de bus.
Hierna rijden we naar Suphanburi voor een bezoek aan de mooie Wat Pa Lelai Worawihan, waarna de reis wordt voortgezet naar Ayutthayah om de ruïnes van de oude stad te bekijken.

Weer terug in Bangkok bezoek ik het Jim Thompson's House. Dit huis bestaat uit een aantal teakhouten huizen uit Noord Thailand en is het woonhuis geweest van Jim Thompson, een man die de Thaise zijde-industrie nieuw leven heeft ingeblazen. Het heeft een zeer speciale bouw: van onder breed en van boven smal. Dat is in alles doorgevoerd: deurposten, raamkozijnen, enz. Het huis staat vol met schitterende kunstvoorwerpen die we tijdens een rondleiding van ongeveer een uur allemaal bekijken. De man heeft er best aardig gewoond.
Daarna in de buurt een warenhuis ingedoken voor een kop koffie en een croissantje en in het Lumphinipark wat rondgewandeld. Hier is het erg rustig, waarschijnlijk vanwege het tijdstip en de regelmatige regen. Met een taxi weer terug naar het hotel.
's Avonds vertrekken we met de nachttrein naar Chiangmai.

Om 7.30 uur zijn we daar en komen in de North Wind Inn. Ik loop met mijn kamergenoot Hans een eindje de stad in en we bekijken de Wat Pan Tao en Wat Chediluang Varariharn, twee tempels, die naast elkaar liggen en heel verschillend zijn. Na het nuttigen van een bak noedelsoep gaan we weer naar het guesthouse terug om met de bus te vertrekken naar de Wat Pra Singh, een oude tempel met een grote monnikenschool.
Hierna gaan we omhoog naar de Doi Suthep met de gouden tempel Wat Phra That Doi Suthep, een groot complex waar het goud overheerst. Maar vanaf hier is er ook een schitterend uitzicht over Chiang Mai.
Vervolgens staat een rondgang langs de 'handicrafts' op het programma. Allereerst wordt een edelstenenfabriek bezocht: na een diapresentatie over vindplaatsen en verwerking komen we in een atelier waar zeer professioneel gewerkt wordt en in een zeer grote winkel, waar zeer professioneel verkocht wordt.
Bij de paraplu’s is het al niet anders: zeer commercieel en zeer toeristisch. De houtbewerking is al even reusachtig. In een hal zitten mensen hout te bewerken voor de toeristen. In de fabriek zelf werken 600 mensen, maar die zijn al naar huis. Bij de zijdeweverij worden de verschillende stadia van zijdewinning en -verwerking uitgelegd en zijn nog twee weefsters aanwezig om late toeristen iets te laten zien, maar ook die zijn snel vertrokken. Wij mogen ons nog wel vermaken in de enorme winkel.

REISVERSLAG 1994