MENU

Bangkok
Phimai
Thailand

Reisverslagen
Diverse Thaise zaken

Andere reizen


ga 1 pagina terug

THAILAND: 5 november - 3 december 1989.
deel 1: Bangkok - Kanchanburi - Jhao Yao - Phimai

(Groepsreis met Cross Country)
Na een lange vlucht zakt vrijwel iedereen in; de meesten gingen naar bed om ‘de vlucht te verwerken’. Ik ga de stad in. Mijn eerste excursie bestaat uit een tocht met het openbaar vervoer naar de Wat Po. Dat houdt dus in, dat je eerst een tijdje bij de bushalte moet staan wachten om te kijken welke bussen langs komen en om te zien hoe het systeem werkt. Na enig gepuzzel had ik het door en ben een bus ingedoken. Deze bleek niet geschikt voor lange westerlingen, want het is bukken om niet met je hoof tegen het dak aan te staan. Na een tocht van ongeveer een uur door het zeer chaotische verkeer van Bangkok kom ik bij de Wat Po, waar de fantastische schoonheid van deze tempel de lange en benauwde busreis snel doet vergeten.


De volgende dag is het vroeg opstaan (half zes), want we vertrekken voor een dagtocht naar Kanchanaburi. We gaan met z'n zessen, de rest van de groep doet andere excursies of neemt een vrije dag.
Na een rit van ongeveer 2½ uur komen we bij het JEATH-museum in Kanchanaburi, dat in een nagebouwde kampbarak is gevestigd. Hier krijg je een indruk van het leven in Japanse krijgsgevangenschap door middel van o.a. tekeningen en schilderijen van kampgevangenen. De Japanners waren "meesters" in het uitdenken en uitvoeren van allerlei martelpraktijken. Het moet hier inderdaad een hel zijn geweest.
Na het museum bezoeken we de beroemde brug, die overigens nagemaakt is. Een tocht met de trein door het oerwoud geeft een goed beeld van de spoorweg en je krijgt een beetje idee hoe verschrikkelijk zwaar de aanleg van deze "dodenspoorweg" in werkelijkheid geweest moet zijn.
Tot slot een bezoek aan een oorlogsbegraafplaats, waar ook veel Nederlandse slachtoffers begraven liggen.
Na de lunch en een tropische regenbui gingen we met een snelle boot over de rivier om wat indrukken op te doen van het Thaise regenwoud. Heel mooi en vooral erg groen en bij al die grote woudreuzen voel je je heel klein.

Woensdagmorgen rijden we naar Bang Pa-In, een vroeger buitenverblijf van de Thaise vorsten. Omdat vorstelijke personen nooit aangeraakt mochten worden is hier ooit een prinses verdronken. Niemand durfde haar uit het water te halen toen ze daarin gevallen was.
Vanuit Bang Pa-In gaan we per boot naar Ayuttayah, de oude hoofdstad van Siam.

Na de lunch gaan we verder naar Khao Yai, een groot nationaal park. De rit duurt zo'n drie uur en dan merk je dat de bus aan de krappe kant is, want na verloop van tijd weet je niet meer hoe je moet zitten. Maar met regelmatige tussenstops lukt het uiteindelijk wel. We moeten minstens nog zo'n dag of tien in die bus.
De komende drie dagen verblijven we in het park, maken wandelingen, gaan "op safari" en ontdekken de schoonheid van dit gebied. Helaas zien we geen wild, dat hier toch zou moeten zijn volgens de boekjes.

Na twee dagen in het park vetrekken we naar Phimai, de volgende etappe in Noordoost-Thailand. Het is hier erg druk vanwege het jaarlijkse festival. Boten met zo'n 20 man erin houden wedstrijden op de rivier. Langs de rivier zijn overal kraampjes, dansgroepen, terrasjes, e.d.
Na de races bezoeken we de heilige boom. Deze aan Boeddha gewijde boom, schijnt de grootste boom van Thailand te zijn, al is dat wel een beetje nep, want het lijken meer bomen, die met elkaar vergroeid zijn. Maar toch is het een aparte ervaring om er zo eens onder te lopen.
's Avonds is er groot feest met disco, Thai boksen, film in de open lucht, enz.

De volgende morgen brengen we een bezoek aan de Prasat Hin Phimai waarna we weer verder gaan de Isan in.

REISVERSLAG 1989